datum: 07 - 02 - 2007
bron: Ons Leidsche Rijn

Stukje Limes in ere hersteld: herinnering aan Romeinen haalt tuinbouwhistorie in

Met het markeren van de locaties van Romeinse wachttorens en de bijna 2000 jaar oude grensweg (Limes), moeten inwoners van Leidsche Rijn zien en voelen hoeveel historie er in hun wijk zit. Vorige week onthulde burgemeester Brouwer en gedeputeerde Kamp een deel van de Limes en de locatie van een wachttoren in de wijk Vleuterweide (foto: Marjan Mulder).

In de Perenbuurt, met fruitige straatnamen als Triumphperenlaan en Doyenneperenlaan, ligt een van de wachttorens waarvan archeologen in de bodem paalresten hebben teruggevonden. Middels een stalen plaat met daarin vier lampen bevestigd, is de plek te zien, vlak langs het Limespad dat op zijn beurt met riviergrind is gevisualiseerd. Bijzonder is dat het licht van de vier lampen op de hoeken van de stalen plaat nog wel eens veranderd van kleur. Het geheim is dat de installatie is aangesloten op een barometer en zich vanzelf aanpast aan de omstandigheden van het weer. De bedoeling erachter is te laten zien dat vanaf de wachttorens in de Romeinse tijd soldaten elkaar signalen doorgaven met rook en vuur. Het geheel is een ontwerp van het Buro Lubbers uit Den Bosch.

Verbeelding
Wat betreft het Limespad, dat is uitgevoerd met riviergrind net zoals dat 2000 jaar terug het geval was. Alleen ging het toen op drassige plekken om een dijklichaam dat circa vijf meter breed was en een meter hoog. De beschoeiing van zo'n dijk bestond uit houten palen waarvan de resten tegenwoordig het verloop van de Limes verraden. Bij de onthulling van de, wat de gemeente noemt, Romeinse pronkstukken, zei burgemeester Brouwer te hopen dat het riviergrind en de stalen plaat met zijn verlichting bij vooral kinderen de verbeelding losmaakt van hoe het leven er vele eeuwen terug uit moet hebben gezien in dit gebied. Tientallen kinderen van de basisschool de Twaalfruiter hadden zich daar al een voorstelling van gemaakt door voor de officiele presentatie speciale Romeinse lampjes te maken. Met het licht dat ze verspreidden werden de burgemeester en de gedeputeerde vanaf het schoolgebouw naar het Romeinse verleden begeleid. Als Romeinen verklede acteurs completeerden het geheel dat ook door tientallen wijkbewoners werd bijgewoond.

Helaas voor de kinderen mochten alleen genodigden na afloop in de school luisteren naar de bevindingen van de archeoloog Jeroen van de Kamp die uitlegde dat de Limes in Vleuterweide diverse routes kent omdat delen van de weg ooit zijn weggeslagen door een nabij gelegen rivier. Verder verhaalde hij van de soldaten die op en rond de wachttorens woonden, die zich met visvangst en het eten van eenden (specifiek smienten) in leven hielden. Gelukkig was er voor het hoofd van de school een boek over het Romeinse verleden van Leidsche Rijn zodat dat nog wel eens gebruikt kan worden in de lessen. <

Vondsten
De eerste keer dat een deel van de Limes in Leidsche Rijn werd gevonden was in september 1997, tegelijk met het Romeinse schip dat de naam De Meern kreeg. Sindsdien zijn er al veel vondsten gedaan en wordt Leidsche Rijn steeds meer in verband gebracht met het rijke Romeinse verleden. De actuele opgravingen verdringen andere bekende Romeinse locaties zoals het Domplein en Fort Vechten naar de achtergrond.

Daarmee ook wordt de historie door de historie ingehaald in Leidsche rijn en Vleuten-De Meern. Waar jarenlang land- en tuinbouw het landschappelijke beeld bepaalden - denk aan de lange rijen kassen - ligt, met onder meer het Limespad zomaar tussen de nieuwbouwhuizen in, de herinnering aan het verleden van het gebied toch vooral bij de Romeinen.

Het is een historische identiteit die mooi aansluit bij dat aan de andere kant van het kanaal gelegen 2000 jaar oude Utrecht en die het voormalige Vleuten-De Meern bijna doet vergeten. De stadsplanners in het stadhuis in Utrecht, bang voor een tweedeling tussen stad en stadsdeel, moeten een sprongetje in de lucht hebben gemaakt bij hal die vondsten.

Er is alleen een foutje gemaakt. Wie nieuw is in Leidsche Rijn (is er geen Latijnse naam voor het stadsdeel?) en een wandelingetje door zijn buurt maakt, snapt helemaal niks van dat voetpad dat met riviergrind gevuld is en die vreemde stalen plaat met dat licht erin. Helemaal niets in de omgeving helpt uit te leggen wat voor betekenis het allemaal heeft. Een informatiebord ontbreekt op de plek waar burgemeester Brouwer en gedeputeerde Kamp nog zo mooi opriepen om het verleden daar te herbeleven. Misschien dat er nergens bij de stadsplanners nog een potje met geld is om dat ongemak te herstellen.