Zelfs de Dogtroep gebruikte in 2003 de oude toren aan de overkant van de spoorlijn als richtpunt bij hun bijzondere voorstelling in het bouwzand van Vleuterweide. Bewoners van Vleuterweide, Vleutenaren, fietsers en treinreizigers genieten dagelijks van dit bijzondere markeerpunt in het oude landschap van Vleuten. Ruim voor de ontwikkeling van Vleuterweide als woongebied was de Hamtoren een zetel van adellijke macht en praal op de grens van Utrecht en Holland, een beschermplaats voor de verboden Rooms-Katholieke godsdienst, een vervallen ridderhofstad, een luxe woontoren van zes verdiepingen, pleisterplaats voor kleine culturele gezelschappen om weer terug te keren tot een bijzondere woonplaats voor de nazaten van de middeleeuws adel: de familie Royaards-Van Andel.
Hamtoren nu nog bewoond
Jacintha Batenburg en Willem Jan van Andel bewonen met hun drie kinderen de oude toren. De ridderzaal werd weer ‘huiskamer’, boven het oudste oostelijk deel werd een keuken in stijl opgetrokken. Kinderkamers, slaapvertrekken en atelierruimte voor Jacintha zijn via een houten trap toegankelijk. Vanaf de torenomgang naast het tentdak met een windveer op 28 meter hoogte heb je in het avondlicht een schitterend vergezicht over het gebied rond de Vleutense Wetering met Vleuten, het zandlichaam naast het spoor, de nieuwe woningen en wijken in Vleuterweide, de watergangen van de Heycop en het oude landschap rond Haarzuilens. De toren heeft zichtlijnen naar de eendenkooi bij Maarssenbroek, over de Heycop als oud grensgebied en is nog goed zichtbaar vanaf sportpark Oudenrijn. Sommige straten in Vleuterweide kennen ook een oriëntatie op de Hamtoren.
Kleine waard
Een brug verschaft toegang tot de toren. De onderste verdieping bevat de oudste kelders, die ooit onder de oudste, verdwenen woontoren aan de oostkant zaten. De oudste geschiedenis is vaag, de plaats wordt in 1325 voor het eerst genoemd. Den Ham betekent een kleine waard in een rivierbocht, de Vleutense Wetering kronkelt hier inderdaad om de hofstad, die voorzien werd van ophaalbrug en grachten. Eerste helft 13e eeuw is de datering van de oudste bouw. De adel verpachtte haar land, inde belasting, soms ook boetes als schout, werd rechter en verleende tot de Gouden Eeuw militaire bijstand aan de landsheer, de Graaf van Holland of de Bisschop van Utrecht. Bij Den Ham werd ook tol geheven bij de sluis in de wetering. Den Ham lag in het grensgebied, werd bezet, vernield, herbouwd en uitgebreid met ‘zaalbouw’, een verdwenen gebouw met traptoren en een zadeldak met trapgevels aan weerszijden. Nu is dat gebouw tuin aan de gracht geworden. Vanuit de tuin vertoont de huidige woontoren veel sporen van de vroegere bouw, hoewel niet alle kleurverschillen en lijnen vanuit de bekende bouw zijn te verklaren. Begin 1400, dus 200 jaar later, werd de bijzonder hoge woontoren gebouwd, met anderhalf meter dikke muren, die naar boven toe geleidelijk smaller worden.
Leenheren
De familie Uten Ham of Den Hamme zijn lang eigenaar en leenheer geweest. Ook van ridderhofstad Den Engh. Geen lieverdjes, ze maakten ruzie met de kapittels van Munster en St Marie, die als geestelijken veel grond in het Utrechtse, het Sticht, bezaten. Hollanders en Utrechters vochten in 1481 om Den Ham, staken het in brand, een jaar later werd de wrede eigenaar in Utrecht onthoofd. In 1522 werd Elisabeth Uten Ham geschaakt door Jan van Wanroy. Hij bleef katholiek, een geestelijke woonde later op de hofstad en diende in de katholieke schuilkerk, die vanaf 1631 tot diep in de 19e eeuw op het Hoog, net ten zuiden van de toren, over de latere spoorlijn, heeft gestaan.
Waarde
Rond 1700 werd het bezit, met zo’n 5 ha land eromheen, op 7200 gulden geschat. Willem Jan Royaards kocht dit bezit in 1856 voor het tienvoudige, ondanks de zeer bouwvallige staat van de hofstad. De beroemde architect Van Lunteren tekende het hele pand op plattegrond, direct daarna werd er flink gesloopt, alleen de toren bleef. Pas in 1942 begon het herstel buiten, gevolgd door herbouw binnen tot 1975. De toren werd verhuurd in verdiepingen en werd zo een bijzondere woonplaats. In de ridderzaal traden af en toe schrijvers of kleine muziek- en theatergroepen op. Bewegingstheater BEWTH gebruikte de architectuur van het gebouw als uitgangspunt voor een bijzonder bewegings- en geluidsvoorstelling in 1987.
Geringe aandacht
Jacintha en Willem Jan van Andel, betreuren de geringe aandacht, die de ridderhofstad uit de 13e eeuw krijgt in de ontwikkeling van het landinrichtingsgebied. ‘We weten het, het is geen toeristische trekpleister, maar van overleg bij de plannen is geen sprake. Zo werd een fietspad over ons gebied gepland, de uitgang van de tijdelijke manege, nu afgestemd door de gemeenteraad, 40 meter over een privé-weg getekend en een kanoroute over de gracht zonder overleg in een boekje opgenomen. De 1,7 ha rond de toren heeft een natuurschoon status van het rijk, moet door ons in stand worden gehouden en is niet toegankelijk voor publiek.’
Hechte gemeenschap
Last van de treinen hebben we niet, we ondervinden ook geen overlast van Vleuterweide. We vrezen alleen dat de enorme snelheid van de groei van het aantal inwoners de ontwikkeling van een hechte gemeenschap erg moeilijk maakt. Een groei van 80.000 mensen extra in 15 á 20 jaar is veel groter, dan ooit eerder in de geschiedenis is vertoond en sluit niet aan bij een aanwezig centrum of dorp. Het wordt massaal, anoniem en druk. We vinden het verloren gaan van het dorpsleven erg jammer, we genieten nu nog van het dorpsleven met zijn hoogtijdagen.’