Vleuterweide groeit snel, van De Rietvelden tot Vleuterweidecentrum wordt volop gebouwd. Een luchtfoto van 2009, vergeleken met 1999, laat zien dat de Vleutense weide met de Middelwetering is ‘ontgroend’. Een prima moment om met directeur Projectbureau Vleuterweide Jan Geuskens een flinke ronde door de wijk te fietsen. Genieten van architectuur en wijkopbouw.
De fietstocht start op de Zandweg, waar de planontwikkeling van de Tuinlanden in volle gang is, maar de bouw nog moet beginnen. “Ook wij ontsnappen niet aan een vertraging in de bouw. De afronding van de wijk staat nu op 2012, er zijn nu zo’n 4.000 woningen opgeleverd. In De Tuinlanden wordt het noordelijk gedeelte met een mix van niet al te dure koop- en sociale huurwoningen gewoon ontwikkeld. De duurdere woningen in de strook langs de Zandweg, daar wachten we nog mee, daar is nu geen goede markt voor. We kiezen dus niet voor herontwikkeling van de plannen, maar handhaven de oorspronkelijk verdeling van woningtypes uit de planning.”
Via een fietsingang kom je in de groenstrook bij de Boomgaarden. Wandelaars genieten van rust, groen en de hond. In het groen de aanduiding van de Romeinse wachttoren, een monumentale plaat van het bruine Corten staal. ‘Steekt boven het maaiveld uit, maar dat valt door de rand van opschietend gras te weinig op. Is dat de bedoeling?’, aarzelt Jan Geuskens.
Hij geniet van de rust van de Boomgaarden in de gebogen Doyennéperenlaan. “Bewoners vullen de veranda’s met potten met bloemen en groen, dat werkt goed.” Kinderen spelen bij de Schoolwoningen. “Goed, dat we hier snel goede huisvesting konden bieden aan het onderwijs. Voorlopig blijft basisschool De Twaalfruiter hier, totdat Kindercluster Zuid is opgeleverd.”
Kan Geuskens genieten van de sfeer in de Boomgaarden, de Mattenbieslaan ontlokt hem kritische opmerkingen. “We zijn hier blij met de latere aanplant van een klein aantal bomen in deze straat. Het zijn goede woningen, maar de kleuren van de huizen en het beeld van de straat is te flets. Achteraf groenvoorzieningen aanplanten is moeilijk, omdat bewoners dan ruimte in de straat moeten inleveren.”
Net als het dorp Vleuten kent ook Vleuterweide typische smalle doorsteekjes, die wandelaars en fietsers benutten, die je opeens uitzicht over watergangen en een volgende straat bieden. Bij de Zilverschoonlaan word je verrast door de Scandinavische houtbouw van architectenbureau Tegnestuen Vandkunsten uit Denemarken, afgesloten door een pleintje met een fraaie ‘Vechtvilla’ langs de Heycop. Een bewoonster op de hoek: “Uit de binnenstad van Utrecht wilden we ergens een kavel gaan bebouwen, maar vonden deze houten woning. Heerlijk, de combinatie van donker hout met veel glas, de ongelooflijke ruimte binnen. Genieten van het comfort van goede isolatie.”
Een doorsteekje naar de Middelwetering, nu Weegbree- en Boterbloemsingel. De oude wetering in het weidegebied is nu een fraaie zichtlijn en herkenningspunt in Vleuterweide geworden, met uitzicht op de glazen toren, de ‘Belle’ van de Campus. Het lange fietspad verbindt alle buurten van de Rietlanden met de Cultuurcampus en Vleuterweidecentrum. Halverwege liggen vier eilanden: het waterkwadrant.
“Dit plan, De Rietvelden fase twee, is flink aangepast. Om te lange lijnen van de straten in dit centrale gebied te voorkomen, zijn deze eilanden gemaakt. Flinke woningen vol afwisseling in bouw en kleur, aantrekkelijk voor hoogopgeleide bewoners. Een zeer geslaagde verandering.”
Ook bouwspeelplaats De Scheg is een mooie inpassing. De Scheg is, op het gebouwtje na, ingericht. Er wordt volop gespeeld en getimmerd.
De Hoven is de trots van Geuskens. “Als wijk de mooiste eenheid! Dit ontwerp van stedenbouwkundigen Krier en Kohl vind ik zeer geslaagd.” Hij kijkt enthousiast rond op de Soesterveense ‘rotonde’. Doorfietsen naar het Bosch en Duinpark, “wat een heerlijke ruimte, nu de bomen zijn aangeplant”, insteken in Beerschoten, “als je hier woont, heb je echt een goede koop gedaan, dit is heerlijk wonen”, uitkomen bij de Vleutense begraafplaats: “Rond deze plaats gelden ‘rustcirkels’, de begraafplaats houdt haar eigen ruimte.” Bij de mooie, halfronde toegang naar Sparrendaal, bij de Europaweg: “Historiserend bouwen, vind ik, heeft hier mooi vorm gekregen. De verspringing in rooilijn, de ruimte in de straten, de verschillen in gevels en kleuren, maar ook het contrast met de Cultuurcampus en straks met het centrum.”
Bij de cultuurcampus verhaalt Geuskens over de stevige discussie tussen Krier en campusarchitect Vera Yanovshtchinksky over de bouwstijl van de campus. “De grote stenen, het afwisselende metselwerk in een heldere, sobere kleur geeft het karakter van een klooster weer. Dat is ook een mooi contrast met de woningbouw! Krier erkende deze schoonheid.”
De smalle straat tussen campus en centrum in aanbouw, Noorderburcht, heeft voor Geuskens het karakter van een binnenstadstraatje met in het midden een pleintje. “Dit weerspiegelt het centrumkarakter: aan de oostkant winkels, daartegenover de bibliotheek, met daarboven aan beide kanten woningen. We verwachten veel van dit centrum!”