De toren klinkt als een klok, van glas
Het geluid van glas en stemmen werd nog zachter door de mensenmassa op het torenplein bij de cultuurcampus. De opening van de Cultuurcampus en de Zingende Toren op 23 april trok voor het eerst een vol plein belangstellenden naar het nieuwe gebouw, dat uiterst nieuwsgierig was naar de klanken van het glaskunstwerk van glasblazer Bernhard Heesen en de compositie van componist Merlijn Twaalfhoven. Beiaardier Boudewijn Zwart zat in een lichteiland onder de toren tussen de 500 leerlingen van het Amadeus lyceum met zelfgebouwde glasinstrumenten, operazangers en publiek te spelen op het houten klavier, gebouwd door Reijnold van Zijl. Hoe ervoeren zij de opening? Wat hoorden zij in het klinken van de glazen van het carillon? Hoe nu verder?
Bernhard Heesen stuitert een week na de opening nog van de adrenaline. “Tranen in de ogen! ‘k ben subjectief, maar de vraag ‘hoe gaat dit eindigen?’ is met een geweldig uitroepteken opgelost. Een verrassing, boven elke verwachting! Een prachtig ruimtelijk openingsstuk met de toren als focus. Het mooiste vond ik de aandacht van het publiek gedurende een uur. Het was eigenlijk een sacraal gebeuren.”
Merlijn Twaalfhoven moet lachen als hem wordt gevraagd of deze opening ‘gebeurteniskunst’ of ‘gefocuste concertmuziek’ vertegenwoordigt. “Ha, ik zou zeggen ‘niet-gefocuste concertmuziek’! Op momenten was de compositie gefocust op het glascarillon. Daarnaast heel ruimtelijk met de groepen leerlingen met eigen gebouwde glasinstrumenten, verspreid over het hele plein. Maar… deze uitvoering was uniek, een eenmalige gebeurtenis, komt nooit weer!”
“Het carillon voerde de boventoon, geïntegreerd in de samenklank van glazen flessen en afgekeurde klokken door de kinderen, van operazang en klinkende stemmen. Zoveel glas met verschillende klanken! Aangetikt, over de opening geblazen, bewust brekend. Tekstflarden waren bedoeld om mensen uit te dagen tot associaties.”
Boudewijn Zwart: “Een heel bijzondere ervaring, als beiaardier op straat, omringd door kinderen, muziek en publiek. Meestal zit je hoog en eenzaam boven in de toren! Volgens Heesen is de plek onder de toren ook het veiligst: als een glasbol knapt, valt geen glas op je hoofd!”
“’t Was een klanksymfonie. Vluchtig! Deze ervaring met zingen was prachtig; dat kan zeker verder worden uitgebouwd. Stiltes zijn voor een carillon belangrijk. Merlijn had rust ingebracht, maar door het geroezemoes van het publiek kwam dat niet uit de verf. Het publiek was trouwens geweldig betrokken.”
Ook Reynold van Zijl ervoer de opening als heel bijzonder met veel fraais van carillon en kinderen. “Met zoveel kinderen iets spelen is toch iets heel bijzonders.”
Hoe klinkt het carillon, nu het in de toren hangt? Heesen; “De klank is voor mij uiteindelijk een volstrekte verrassing. Eigenlijk was het proefspelen, 2 weken eerder de gebeurtenis, die op mij een ongelooflijke indruk maakte. Toen werd de ongewisse toekomst van de klokken een zekere. De klank van deze klokken heeft de ruimte nodig! Mensen met verstand van klokken moesten toegeven dat dit mooier klonk dan brons!”
Twaalfhoven: “Het carillon heeft een bijzondere klank. Een eigen karakter, dat wordt gevormd door de unieke klanken.”
Boudewijn Zwart: “Ik ben verrast door de helderheid van het carillon. Ook de hoge klokken klinken helder en zuiver. Het carillon vraagt wel om stiltes, om benadering vanuit het zachte. Tegelijkertijd kun je ook met veel dynamiek spelen, dankzij dit klavier. De bijzondere ongestemde klokken klinken soms als een gamelan, dan als lelijke bellen, dan weer heel warm. Veel klankkleuren. Een combinatie met percussie-instrumenten lijkt me heel mooi.”
Van Zijl verklaart het bijzondere karakter van de klokken: “Bij een bronzen klok klinken zo’n 10 boventonen mee met het normale octaaf. Bij de glazen klok maar één! Een terts boven het octaaf. Je hoort er de warmte van een klok in, je hoort er ook glas in. De ‘verstaanbaarheid’ van de afzonderlijke klokken is groot, ook vergeleken bij brons. Dat komt omdat de nagalmtijd van de glazen klokken, zo’n 6 seconden, veel korter is dan van brons, 10 tot 15 seconden. Ik sta ervan versteld, dat dit zo mooi klinkt. Vooral bij een akoestische muur, als de ingang van de cultuurcampus. Heel goed, dat we dit hebben doorgezet!”
Van Zijl heeft een lineair klavier gebouwd. “Daardoor liggen de houten toetsen dichter bij elkaar. Dat geeft meer expressie mogelijkheden, want je kunt toetsen sneller en met trillers spelen.”
De betrokkenen noemen uiteenlopende gebeurtenissen. Twaalfhoven: “Na 10 minuten vielen de puzzelstukjes van het openingsconcert prachtig in elkaar, na de eerste bewuste chaos.” Hij praat ook graag over de training van de 10 leerling-dirigenten, die de groepjes leiden. “Niet zelf doen, maar overtuigd iets aangeven aan je medeleerlingen, dat was een enorme zelfoverwinning!”
Ideeën en plannen voor de nabije toekomst zijn er volop. Reynold van Zijl: “In het stichtingsbestuur zorgen dat doelstelling en onderhoud van klavier en carillon goed loopt de komende 10 jaar. Veel zomeravondconcerten, ook in combinatie met viool, kamermuziek, wat dan ook! In ieder geval elke maand een concert, met beiaardiers uit binnen- en buitenland. Beiaardiers kunnen zelfs oefenen met koptelefoon, waarop ze via midi-contacten in het elektronische klavier de klokken kunnen horen. De toren is dan stil!”
Componist Merlijn Twaalfhoven: “Graag nog een compositie schrijven, maar eerst komen nu andere componisten aan bod! Dit was een groot avontuur!”
Een gemeenschapsinstrument. Zo ziet beiaardier Boudewijn Zwart de klanktoren. “’k Wil graag met jonge kinderen projecten rond de toren opzetten. Ook kijk ik uit naar combinaties met andere instrumenten. Het publiek verlangt ook zeker naar de klank van de toren allèèn! ‘k Hoop dat de toren gaat leven bij de bevolking. Het is het alleszins waard!”