Vleuterweide – ‘Ook in Vleuterweide werkt Welzijn De Haar volgens een buurtgerichte aanpak. Dat doen we in de 4 buurtcentra: hier, Veldhuizen, De Meern en Vleuten-Haarzuilens. Zo kun je je aanpak hechten aan het karakter van de buurt. De bevordering en behoud van de betrokkenheid van bewoners door activiteiten voor en door de bewoners te organiseren is het doel. De participatie van bewoners staat centraal.’
Een gesprek met opbouwwerker Alfred van Putten van Welzijn De Haar
‘De bevolkingsopbouw van Vleuterweide en Veldhuizen is vergelijkbaar met Utrechtse wijken als Wittevrouwen, Tuindorp en Utrecht-noordoost. Bijna 23% heeft een andere etnische achtergrond. Surinamers vormen de grootste groep met 3%, direct gevolgd door mensen van Marokkaanse herkomst. In Parkwijk/Langerak vormt 32% van de bevolking een zeer uiteenlopende groep met verschillende etnische achtergrond. Op Kanaleneiland is dat 70%.’ ‘Betrokkenheid van alle bewoners kan alleen als de verschillen in maatschappelijke en culturele achtergronden worden verkleind. Daarvoor is ontmoeting van alle groepen noodzakelijk, dat stimuleren we in de buurtcentra, door samen activiteiten te organiseren en te ondernemen. Activiteiten die voortkomen uit en gericht zijn op de hele samenleving, dat is de essentie van dit werk. Dan vindt ontmoeting plaats en kan de angst voor het onbekende verdwijnen.’ Alfred van Putten noemt de ontwikkeling van een groep Marokkaanse vrouwen uit Veldhuizen als voorbeeld van deze aanpak: ‘Het eerste jaar was het de Marokkaanse vrouwen en Welzijn De Haar, die hen ondersteunde en faciliteiten gaf voor een eigen feest. Vorig jaar kwamen al veel meer verschillende vrouwen. Dit jaar organiseert de Marokkaanse groep vooral een feest voor alle vrouwen. Zo breekt een groep uit deze buurt door naar de hele samenleving en vindt ontmoeting plaats. Zo bouwen mensen respect voor elkaar op, waarbij ook verschillen in cultuur kunnen blijven bestaan.’
‘Stoer of watje’
De straatcultuur van kinderen met verschillende achtergrond is heel belangrijk bij het opbouwwerk. Je bent stoer of je bent een watje. De verschillen zijn groot. ‘In Vleuterweide hebben we een grote voorsprong op Veldhuizen en zelfs op Vleuten. In Veldhuizen kwamen we pas toen de wijk al grotendeels klaar was. In Vleuten werken we in oudbouw, hier kunnen we zelf een buurtcentrum ontwikkelen Hier kunnen we van jongs af aan met kinderen werken, terwijl de groep van 12+ nog niet groot is. We kunnen zo een langdurige band opbouwen. Investeren in opgroeiende jongeren is investeren in buurtwerk, dat zich over tien jaar nog ‘uitbetaald’. Daaruit komen onze vrijwilligers voort, die activiteiten kiezen, ontwikkelen en uitvoeren met de jongere kinderen uit heel Vleuterweide.’ ‘We zitten al in Vleuterweide, daarom kunnen we de nieuwe bewoners van De Rietvelden ook snel betrekken bij onze activiteiten, want buurtgericht werken betekent ook, dat je je activiteiten in samenspraak met alle bewoners ontwikkelt. Veel voorzieningen ontbreken nog, dus moet je samen de mouwen opstropen om dingen op touw te zetten. Daarbij zijn ook scholen, wijkservicecentrum en projectbureau Vleuterweide van belang. We hebben onderdak gevonden bij de scholen. De lijnen zijn daardoor korter dan elders! De Vinex-ontwikkeling is de uitdaging.’
‘Zonder riemen tegen de stroom op’
Alfred verhult de problemen niet. Natuurlijk, de financiën! ‘Met bouwen van een onderkomen is wel rekening gehouden, maar er is te weinig geld voor beheer en personeel op langer termijn. Welzijnsgeld is nog immer afhankelijk van het aantal bewoners, dus heb je bij de voltooiing van de wijk over vijf jaar pas het nodige geld, terwijl wel wordt verwacht dat je nu aan de slag gaat. Dat gaat nu dan ook ten koste van de oude kernen. We moeten ook van stagiaires gebruik maken in plaats van de drie professionals, die we eigenlijk nu nodig hebben. Het is alsof je zonder riemen tegen de stroom op moet roeien. Dat is Vinexproblematiek, eerst woningen, dan pas voorzieningen.’‘Gelukkig zijn er veel toffe peren in Vleuterweide. Samen met de scholen en de naschoolse opvang gaan we het feest van de vrede organiseren. Thema:‘De kleine vrede op straat’; het gaat over normen en waarden! Op de buitenkant van de scholen komen 2 ‘perenbomen’, waarin in de vorm van peren de vredeswensen van de kinderen voor het leven ín de wijk komen te hangen. Alle scholen doen mee, zo bereiken we de breedste mix van onze doelgroep en kunnen docenten alvast de kinderen over dit thema aan het denken zetten. Nadenken over vrede wordt de komende tijd een onderdeel van het lesprogramma.’Bij buurtcentrum De Parasol organiseert Welzijn De Haar op woensdagmiddag een programma met sport en spel voor basisschoolkinderen. Touwtrekken is een onderdeel van een circusspel.