Stedenbouwkundige en filosoof Jan den Boer uit Vleuten
Jan den Boer heeft een gezin, werkt als stedenbouwkundig projectleider bij de gemeente Utrecht, verdiept zich in het boeddhisme en geeft tantra-workshops. Hij stond aan de wieg van het Stedenbouwkundig Plan van Vleuterweide, van de GEM (gemeente en vier projectontwikkelaars, die Vleuterweide samen ontwikkelen), sprak mee over het eerste ontwerp van de Belle van Zuylen-toren, ontwikkelt nu aan het centrumplan van Vleuten en, met stedenbouwkundige Sjoerd Soeters, aan de Cartesius'driehoek', terwijl hij ook de laatste hand legt aan een boek over boeddhisme.
In vele artikelen, samengevat in het boek ‘Passie voor de stad. Naar een nieuwe betovering van de gebouwde omgeving' houdt Den Boer een pleidooi voor de terugkeer van ‘gevoel' in het bouwen. In recente artikelen constateert hij "architectuur mag weer mooi zijn" en "klassieke schoonheid mag weer gebouwd worden en kan ook een moderne uitstraling hebben."
"Het gevoel voor schoonheid is essentieel, voor architect en bewoner", meent Jan den Boer. "Dat gevoel kan worden ontwikkeld, vorming en opleiding zijn belangrijk. In opleiding kan gevoel worden ontwikkeld door tradities eigen te maken en te combineren met moderne technieken. Wat roept gevoelens van schoonheid en betovering op? Hoe kunnen oude decoraties en detaillering gecombineerd worden met nieuwe technieken en materialen? Ook de woonconsument kan dit gevoel voor schoonheid ontwikkelen."
"Vaak wordt in discussies over architectuur het traditioneel, ‘historiserend' bouwen gesteld tegenover modern, functioneel en rationeel bouwen. Je kunt deze tegenstelling overstijgen door tradities, ook uit het functionalisme van begin 20e eeuw, te combineren met moderne technieken en functies in een ontwerp vanuit het gevoel voor schoonheid."
"Het verlies van dit gevoel, in de architectuuropleiding en in de bouw van ‘blokkendozenarchitectuur', maar ook in de bouw van witte ‘boerderettes', die voortkomen uit simpele, platte emotie (waarbij emotie iets anders is dan gevoel), wordt door hedendaagse architecten meer en meer erkent. De ontwikkeling van gevoel voor schoonheid vraagt evenwicht in de groei van de drie menselijke dimensies: gevoel, ratio en emotie. Werkelijke schoonheid ontstaat als je alle dogma's loslaat en bereidt bent om je te verbinden met traditie, bouwplaats en kennis van moderne structuur en technieken"
"Leidsche Rijn biedt een prachtig voorbeeld van het ontwikkelen van deze verbinding. In De Woerd en Vleuterweide wordt herkenbaar en traditioneel gebouwd. In Vleuterweide is hiervoor gekozen, in verbinding met de oude kernen Vleuten en De Meern. Het is bouw in de traditie van Noordwest Europa. Toch is de bouw van een modern Hollands vestingstadje, zoals het centrum van Vleuterweide van architecten Krier en Kohl, in de Hollandse wei ook verrassend! Ik vind in Terwijde de huizenbouw niet mooi, maar het heeft wel een eigen kwaliteit en zorgt voor de afwisselende sferen in Leidsche Rijn! Het Zand heeft ook een eigen gezicht, waarbij oude kavelstructuren en recente historie betrokken zijn."
"Niet langer bepaalt 3% management- & architectuurelite vanuit grachtenpanden en barokke stadhuizen dat 97% van de bevolking in blokkendozen moet wonen. Soms wordt architectuur nog wel teveel bepaald door de voorkeur voor het modernisme, - wat overigens een stroming is uit de jaren twintig van de vorige eeuw -, nu ook een vorm van historiserend bouwen. Die oude tegenstelling voel ik sterk bij het te moderne ontwerp van de Weide Wereld en omgeving en, maar minder, bij de Cultuurcampus. De Weide Wereld vormt een grote tegenstelling met het dorpse bouwen in Vleuterweide. Dat heeft overigens niets te maken met problemen bij het gebouw van de Weide Wereld zelf, dat is een kwestie van goed ontwerpen.
De buurt De Hoven is een goed voorbeeld dat klassiek dorps bouwen ook in de 21e eeuw mogelijk is, waarbij traditionele details en eigentijds bouwen tot een mooi geheel leiden. Leidsche Rijn biedt hiervoor ook de structuur. De grote lijnen, wijken, functies en wegen, liggen vast. Daarbinnen kan deze Vinex-stad organisch groeien, inspelen op nieuwe architectuur en veranderende doelgroepen. Dit is een betere vorm van stedenbouw dan kleine projecten ontwikkelen, dat leidt tot versnippering. Leidsche Rijn bood en biedt kans op ontwikkelen en leren van gevoel en schoonheid, in tegenstelling tot bouw uit het midden van de vorige eeuw, waaruit kwetsbare woonplekken als Maarssenbroek, Nieuwegein, Bijlmer en andere grijze suburbanisatie zijn ontstaan. Gevoel heeft weer plek, naast ratio en emotie, in de architectuur"